Voor moslims en joden is het binnen hun religie verplicht een deel van hun inkomen te besteden aan liefdadigheid. Hoe zit dit bij een oosterse religie zoals het boeddhisme? Japanoloog Henny van der Veere, werkzaam aan de Universiteit Leiden, legt als volledig geïnitieerd boeddhistisch priester (in de Japanse Shingonstroming) uit hoe hij er over denkt. 
Wat voor rol speelt liefdadigheid in het boeddhisme?
“‘Het boeddhisme’ bestaat niet. Er zijn zo veel verschillende stromingen dat er lastig iets over te zeggen is, maar er zijn wel een aantal algemene doctrinaire ideeën; kijk bijvoorbeeld naar de bodhisattva, een soort van ideaal wezen dat op het punt staat om boeddha te worden. Bij dat ideaal hoort een lijstje van zes goede eigenschappen, en op nummer 1 staat – met de Japanse term – fuse: de gift. Verder staan er bijvoorbeeld doorzettingsvermogen, wilskracht en wijsheid op dat lijstje.
De gift zelf wordt dan niet alleen gezien als letterlijk geven van geld, maar ook als altruïstische dingen doen voor een ander. Je tijd geven aan anderen valt daar bijvoorbeeld onder. Het mooiste zou zijn als je iets zou geven zonder dat er een relatie tussen de gever en de ontvanger is; dan is er geen subject/object relatie – dat zou het streven moeten zijn in het boeddhisme – en dan hecht je ook niet aan gevoelens bij het geven, zoals het afkopen van schuldgevoel. Dat moet niet de motivatie zijn. In de praktijk geeft de gewone mens wel met rede, natuurlijk.”
Hoe werkt het begrip fuse in het dagelijks leven?
“In Japan betekent het in de praktijk vaak de gift die je doet aan een boeddhistische tempel. Bijvoorbeeld bij de aankoop van een zielenplaatje voor een overledene. Vroeger mocht je dan zelf kiezen hoeveel je daarvoor gaf; inmiddels zijn er vaste prijzen. Toch blijft dat fuse heten. Mensen gooien voor een dienst of een bezoek aan een tempel vaak ook wat muntgeld in een daarvoor bestemde bak. Bij nieuwjaarsfeesten zie je dat dit ongekende vormen aanneemt; dan staan mensen van de tempel met brommerhelmen op omdat ze steeds door langsvliegende muntjes geraakt worden.
Geven aan tempels wordt geassocieerd met kudoku: positief karma. Wat ik vaak karmapoints noem; dat is de motiverende kracht hierachter. De tegenstrijdigheid van het verhaal is dat is de gift zo uiteindelijk toch vaak verbonden is met het leggen van een band of een bepaalde relatie. Het is in Japan bijna een onbewuste handeling geworden; Japanners zien zichzelf niet als religieus. Het hoort er gewoon bij.”
Wat kunt u zeggen over de liefdadigheid van boeddhisten in Nederland?
“Nederland zegt: ‘wij zijn de gulste gevers’, en dat zeggen ze in Japan ook. Dat is een soort van mediakreet. In allebei de landen zijn er acties voor goede doelen en in allebei de landen wordt er dan geld gegeven.
Boeddhisten in Nederland hebben in het algemeen weinig met Japans boeddhisme, vaak is het meer Tibetaans. Ze doen soms aan Zenboeddhisme, maar dat is dan Amerikaans Zen. Ik noem ze cryptochristenen: veel mensen zijn ontevreden met hun achtergrond, maar wel zo christelijk opgevoed dat ze iets aan religie willen doen. Dan komen ze uit bij iets ‘anders’, iets van ‘ver weg’ – zoals het boeddhisme – maar dat praktiseren ze dan met christelijke normen en waarden.”
Dus dan is het eigenlijk niet mogelijk om iets algemeens te zeggen?
“Nee. De vraag is wat de gemiddelde mens hier weet van de verschillende stromingen, die ook nog eens via diverse kanalen worden gecommuniceerd. Er zijn heel veel dingen die men boeddhisme noemt, maar iemand groeit hier op in een cultureel patroon. Wat mensen doen aan liefdadigheid en hoeveel ze geven aan goede doelen, hangt volgens mij meer samen met hun cultuurgebonden normen en waarden, plus met wat ze verdienen en dus kunnen missen.”
Tags: boeddhisme, goede doelen, interview, japan, religie