Op 6 december 2011 werd bekend gemaakt dat Tear besloten heeft om per 1 januari 2012 haar deelname aan de Samenwerkende Hulporganisaties te beëindigen. Vanaf volgend jaar is Tear niet langer betrokken bij eventuele nieuwe acties van de SHO. Het besluit is genomen in goed overleg met alle organisaties die bij de SHO betrokken zijn.
Tear is een ontwikkelingsorganisatie die strijdt tegen armoede en onrecht. De christelijke organisatie steunt hulp- en ontwikkelingsprojecten van lokale kerken in Afrika, Azië en Latijns-Amerika door hen met mensen en kerken in Nederland te verbinden. De partnerorganisaties van Tear werken vanuit een christelijke overtuiging onder de allerarmsten, zonder onderscheid te maken naar etnische afkomst, religie, geslacht of politieke overtuiging.
Een van de redenen van het vertrek van Tear is dat zij rondom de inzameling van gelden en de oproep tot gebed voor slachtoffers van een ramp, zoveel mogelijk contact willen zoeken met donateurs, kerken en kerkelijke koepels in Nederland. Omdat het samenwerkingsverband van de SHO van groot formaat is, zijn er centrale regels opgesteld met betrekking tot fondsenwerving en communicatie met de eigen achterban. Die regels gingen voor Tear de laatste tijd steeds meer knellen. “Wij waren vanaf het begin bij de Samenwerkende Hulporganisaties aangesloten, maar we zijn een kleine organisatie die geworteld is in de orthodoxe kerken. Onze achterban is minder snel geneigd om te doneren aan organisaties die niet per se hun idealen onderstrepen. Omdat alle communicatie onder de vlag van SHO verliep, konden wij niet zelf communiceren met onze achterban”, aldus directeur Marnix Niemeijer.
Niemeijer kijkt met dankbaarheid en waardering terug op de samenwerking met de SHO. “Onderdeel zijn van een nationaal hulpverleningsnetwerk heeft ons veel gebracht: kennis, ervaring en uiteraard veel gulle donaties van het Nederlandse publiek. Wij blijven ons inzetten voor hetzelfde doel als de SHO, namelijk om bij rampen zoveel mogelijk steun te mobiliseren voor de meest kwetsbaren.” René Grotenhuis, voorzitter van de SHO, vindt het begrijpelijk, maar jammer dat Tear deze stap neemt. “Tear paste goed in de diversiteit van de SHO. Naar mijn overtuiging zal deze stap niet leiden tot ongewenste concurrentie bij rampen.”