Van alle Europeanen zijn de Nederlanders het meest vrijgevig. Tweederde van de Hollanders geeft aan goede doelen, terwijl het Europese gemiddelde blijft steken op een derde. Ons land kent naar schatting liefst 30 duizend goede doelen in alle soorten en maten, variërend van de Nierstichting tot Stichting Vrienden van de Olifant. Hoewel dit voor ons land natuurlijk goed nieuws is, is het geven van geld aan het voor jou belangrijkste doel lang niet altijd eenvoudig.
Er wordt de laatste jaren veel gedaan om goede doelen transparanter te maken, zodat de bewuste gulle gever weloverwogen kan beslissen aan welk doel hij of zij doneert. Een handig hulpmiddel daarbij kan een keurmerk zijn: een objectief kwaliteitsoordeel over een product of dienst, afkomstig van een betrouwbare bron. Simpel gezegd moet een keurmerk in de goededoelenbranche er toe leiden dat de keuze voor een goed doel gemakkelijk kan worden gemaakt. Toch ligt dat in de liefdadigheidsbranche net even anders.

De verschillende keurmerken voor goede doelen die Nederland rijk is. (Foto: websites keurmerkaanbieders)
Het bestaan van de laatste twee keurmerken is makkelijk te verklaren. Het RfB keurmerk is bedoeld voor christelijke organisaties en omvat dus een deel van het enorme aantal goede doelen in ons land. Keurmerk Goed Besteed richt zich vooral op dierenwelzijnsorganisaties. De andere twee kennen meer overlap en concurreren met elkaar. Waarom?
Beter keurmerk?
Het CBF-Keur is het grootste en bekendste keurmerk van ons land en bestaat sinds 1995. Internationaal is het CBF aangesloten bij The International Committee on Fundraising Organisations (ICFO), waarin verschillende grote, nationale controlerende instanties op het gebied van fondsenwerving zijn aangesloten. Globaal gezien houden zij er allemaal dezelfde criteria op na.
In 2007 kwam vanuit het Instituut Fondsenwerving (ISF) en de Stichting Nationale Goede Doelen Test (SNGDT) het initiatief een nieuw, beter gespecificeerd keurmerk in het leven te roepen. Het CBF-keurmerk van het Centraal Bureau voor Fondsenwerving was volgens de organisatie niet volledig genoeg omdat het de prestaties en effectiviteit niet meeneemt in de meting, maar slechts de financiële kant.
Directeur Adri Kemps van het CBF pareert deze kritiek: “Wij toetsen wel degelijk meer dan alleen de financiële kant. We kijken naar fondsenwerving én de verantwoording over de bestedingen, maar niet de impact daarvan op de samenleving. Maar wij pretenderen niet dat we dit wél doen. Wat je pretendeert moet je ook waarmaken. In de internationale literatuur zijn ongeveer tweehonderd verschillende manieren om een impactanalyse te doen. Het is niet reëel om één methode op te leggen.”
Meetbaarheid
Impact is volgens Kemps dus niet eenduidig te meten. Keurmerk Goede Doelen probeert wel inhoudelijke criteria te stellen. Toch nuanceert ook dit keurmerk de meetbaarheid van effectiviteit. “Het Keurmerk Goede Doelen wil inzicht geven in de activiteiten van goede doelen en heeft niet als doel om de effectiviteit te meten”, zo valt op de website te lezen. Hoeveel zo’n analyse dan precies waard is, is moeilijk aan te geven. De meerwaarde van het keurmerk is daardoor ook lastig te doorgronden.
Deels is de wildgroei aan keurmerken te verklaren door de grote hoeveelheid goede doelen in Nederland. In dat licht is het logisch dat er meer dan één kwaliteitsbeoordelaar is. Kemps: “Goede doelen zijn, net als de samenleving in zijn geheel, vrij divers. Dit maakt het moeilijk om ze met elkaar te vergelijken.” Het CBF onderkent dit probleem overigens: inmiddels zijn naast het CBF-keur ook het CBF Certificaat voor kleine goede doelen en de Verklaring Geen Bezwaar voor beginnende stichtingen toegevoegd.
Wel is het Keurmerk Goede Doelen het eerste jaar een goedkoper alternatief voor een certificaat van het CBF. Een Keurmerk Goede Doelen kost 400 euro jaarlijks, tegen 500 euro van een Certificaat voor kleine goede doelen van het CBF voor het eerste jaar en 350 euro voor de daaropvolgende jaren. Prijzen voor een CBF-keur (voor grotere organisaties) liggen hoger.
Niet haalbaar
De discussie over de insteek van de criteria voor het toekennen van een keurmerk lijkt voorbij te gaan aan het oorspronkelijke doel ervan, zoals hierboven beschreven: een objectief kwaliteitsoordeel geven over een product of dienst, afkomstig van een betrouwbare bron. Het lijkt juist aan te geven dat zo’n objectief kwaliteitsoordeel niet haalbaar is omdat de vraag wat een keurmerk precies moet meten al ter discussie staat. Bovendien doet de kritiek op de verschillende keurmerken afbreuk aan de ‘betrouwbare bron’ die ze zou moeten uitgeven.
Wie dus echt bewust voor een goed doel wil kiezen, kan niet zomaar afgaan op een keurmerklogo op de website van de betreffende stichting. Hij zal eerst het keurmerk gebaseerd op de criteria waar hij het meeste waarde aan hecht én de organisatie die het keurmerk uitdeelt, onder de loep moeten nemen.